Problemen
Welke problemen worden aangepakt?
De meeste interventies richten zich op cybercriminaliteit (36%): het verminderen van het risico op fraude, oplichting of identiteitsfraude, beschermende maatregelen tegen cyberaanvallen op mkb’s, of weerbaarheidstrainingen voor kwetsbare groepen zoals ouderen. Veel van deze interventies worden geïnitieerd door het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) of de politie.
Het tweede belangrijkste probleem betreft de veiligheid en het welzijn van jongeren (21%), zoals cyberpesten, online haat, schending van online seksuele grenzen, socialmediaverslaving en problematisch telefoongebruik. Daarna volgen AI en digitale transformaties (14%), digitale inclusie (10%), digitale geletterdheid (10%) en desinformatie, nieuws- en mediawijsheid (6,4%).
Bron: eindrapport ‘Grip op Digitaal Burgerschap’ (inductieve codering van de probleem-, uitkomst- en looptijdbeschrijvingen).
Daarnaast codeerden we welke maatschappelijke vraagstukken uit het beleidskader Digitale Samenleving elke interventie aanspreekt (maximaal drie per interventie).
Wat willen de interventies bereiken?
Over het algemeen is het doel van de interventies om burgers digitaal vaardiger en veiliger te maken, wat nauw aansluit bij de problemen die ze beogen aan te pakken. 34% verwacht meer online veiligheid door verminderde kwetsbaarheid voor cybercriminaliteit, fraude en phishing; 30% wil digitale geletterdheid bevorderen (basisvaardigheden, mediawijsheid, AI-geletterdheid); en 21% richt zich specifiek op de digitale veiligheid en gezondheid van jongeren. Interventies richten zich minder vaak op toegang tot digitale apparaten en diensten (8%), verantwoorde digitalisering binnen organisaties (4%) en bredere sociale risico’s, zoals openbare-ordeverstoringen of verkeersveiligheid (2%). Bij 1% is geen concrete uitkomst vermeld.
Bron: eindrapport ‘Grip op Digitaal Burgerschap’ (inductieve codering van de probleem-, uitkomst- en looptijdbeschrijvingen).