📊
Richt zich expliciet op gemarginaliseerde groepen
28%
📊
Gericht op gedragsverandering
16%
📊
Stimuleert actieve participatie
50%
Het landschap van interventies op het gebied van digitaal burgerschap in het Koninkrijk der Nederlanden is breed en divers. Tegelijk laten de interventies zien waar de prioriteiten liggen: ze richten zich vooral op het voorkomen van schade en het vergroten van kennis over digitale risico’s, met relatief minder aandacht voor democratische participatie, vaardigheden en gedrag. De ideale digitale burger wordt grotendeels neergezet als een verantwoordelijke en weerbare gebruiker, terwijl een bredere opvatting van digitaal burgerschap ook actieve participatie en empowerment benadrukt.
Slechts 28% van de interventies stemt de aanpak expliciet af op ten minste één gemarginaliseerde groep. Ontwikkel interventies standaard met aandacht voor de behoeften van gemarginaliseerde groepen: toegankelijke en passende ondersteuning en waar nodig maatwerk, bijvoorbeeld voor mensen met beperkte digitale of taalvaardigheden, een beperking, een laag inkomen of beperkte mobiliteit. Betrek deze groepen bovendien actief bij het ontwerp en de uitvoering.
95% van de interventies richt zich op kennis, maar slechts 58% op vaardigheden en 16% op gedragsverandering. Kennis vormt een noodzakelijke basis, maar krijgt pas waarde wanneer mensen deze kunnen vertalen naar concreet digitaal handelen. Koppel kennis en bewustwording daarom systematisch aan praktische vaardigheidstraining en ondersteuning bij het toepassen van die vaardigheden in uiteenlopende situaties.
Werk (7%), gezondheid (5%) en nieuwsmedia (2%) zijn ondervertegenwoordigd, en slechts 50% van de interventies bevordert actieve participatie. Breid interventies uit naar deze domeinen en geef prioriteit aan mediawijsheid, zodat mensen mis- en desinformatie, nepdeskundigen, gemanipuleerde inhoud en misleidende advertenties beter kunnen herkennen. Besteed daarnaast meer aandacht aan het gebruik van digitale middelen om geïnformeerd mee te praten over publieke vraagstukken.
Veel interventies geven prioriteit aan enkele van de meest kwetsbare groepen: kinderen en jongeren, ouderen en mensen met een lage geletterdheid. Bovendien richt 10% van de interventies zich expliciet op de digitale kloof en digitale toegang. In een land waar 99% van de huishoudens een internetverbinding heeft, richten zulke interventies zich op een relatief kleine groep, maar zijn ze hoogst noodzakelijk voor wie anders buitengesloten wordt.